zondag 26 september 2010

Panama:Bocas del Toro en Guararé


“Jullie zullen onderhand het reizen wel eens beu zijn en zin hebben om weer lekker thuis te zijn”. We horen het een dierbaar familielid door de telefoon zeggen en lezen het in de e-mail van een goede vriend terwijl we op een idyllisch tropisch eiland zitten in de Caribische zee. De palmen ruisen zacht, de oceaan glinstert groen-blauw en een briesje verkoelt de zonnestralen die langs vredige schapenwolken schijnen.
Op zo’n zelfde briesje hebben we gister een heerlijke zeiltocht gemaakt tussen de vele eilanden door die samen de Bocas del Toro archipel vormen. Het leek wel of we in een aquarium zeilden zo helder was het water. Al snorkelend was het helemaal een wondere wereld maar vanaf de catamaran konden we ook duidelijk de kleurrijke koraalriffen en vissen (en zeesterren en pijlstaartroggen) onder ons voorbij zien glijden.
In een baai verscholen tussen mangrove bossen was een hele school dolfijnen met jongen aan het dollen. Nee, we zuchtten wel diep maar dat was vanwege puur geluksgevoel en niet vanwege heimwee.

Ad moest me van het eiland losrukken anders hadden we er nu nog gezeten. Vele partners is dat niet gelukt, getuige het toenemend aantal avonturiers en levensgenieters dat daar is blijven hangen en op allerlei los-vaste manieren in hun levensonderhoud voorzien. Onder andere met figureren voor de laatste James Bond film die daar deels is opgenomen. Ik zag met lede ogen Isla Colón steeds kleiner worden terwijl de speedboot over het water scheerde en ons weer naar het vasteland bracht.
Eenmaal in de auto en rijdend door de dichtbegroeide heuvels en nevelwouden van het westen hervond ik al snel mijn nieuwsgierigheid naar de rest van Panama.
We waren op weg naar Guararé waar jaarlijks het nationale folkloristisch festival, La Mejorana plaatsvindt. Het is een festival waar dansers, muzikanten en zangers hun kunsten meten. Het onaanzienlijke dorp verandert in een gigantisch feestterrein waar mensen uit heel Panama op af komen. Traditionele kleding van allerlei groeperingen wordt met trots gedragen door jong en oud.
Bij feest schijnt een rijkelijke tot roekeloze hoeveelheid drank onontbeerlijk te zijn en ook bij La Mejorana lieten met name de mannelijke bezoekers zich niet onbetuigd. Hun drankkeuze was een stuk minder traditioneel overigens: ze dronken vooral Chivas Regal whisky en Finlandia wodka.
Misschien dat ze zich ondanks hun stoere macho gedrag toch moed moesten indrinken om mee te doen aan de twee traditionele spelen die gehouden worden in de arena: moddervechten en stierenvechten.
Het moddervechten wordt meest door de jongeren gedaan. Het is tamelijk gemoedelijk; er vallen geen klappen. Het gaat er vooral om dat zoveel mogelijk tegenstribbelende jongens en meiden naar een modderpoel worden gedragen en daar van top tot teen bespat worden met modder. Hoe groter de besmeurde groep wordt hoe sneller het sneeuwbal effekt optreedt. Totdat de schone jongeren op zijn en de grijsbruine groep, ondertussen overmoedig geworden door hun aantal, begint aan de jacht op trofee volwassenen. Zo zagen we een TV verslaggever, een plaatselijke politicus en een aantal hofdames van de ‘Reina de la Mejorana’ in de modderpoel gerold worden. Uiteraard tot hilariteit (en opluchting) van de overige omstanders.

Het stierenvechten is ook niet echt wreed. Ik zal niet zeggen dat de stieren een hele fijne middag hebben, maar ze komen met de schrik vrij. De stieren zijn vantevoren niet gepijnigd om hun woede aan te wakkeren zoals ze dat in Spanje wel doen. De mannen die met ze willen ‘vechten’ moeten dat met hun blote handen doen. Ze mogen proberen er rakelings langs te hollen, erop te gaan zitten, ze bij de horens te vatten of ze voor het rode lapje te houden maar messen of speren komen er niet aan te pas. Soms is er één stier in de ring en soms meerdere tegelijk. Sommige stieren laten zich makkelijk provoceren en gaan het gevecht aan en sommige worden na een paar minuten uit de ring gelaten omdat ze niks anders doen dan verbijsterd om zich heen kijken. Wat we het meest opmerkelijk vonden was dat zelfs zo’n suffig aandoende stier in staat is meer dan duizend mensen (ja, inclusief ons) voldoende angst aan te jagen om behoedzaam te zijn. Degenen die onder dit alles onverstoorbaar bleven waren de twee cowboys die de stieren uit de ring begeleidden. Ze traden gereserveerd op en leken de stieren met respect te behandelen. Pas als een stier echt geen afscheid wilde nemen van zijn ‘moment of fame’, gooiden ze trefzeker een lasso om zijn hals om hem van het ‘podium’ af te trekken.

Naarmate de avond vorderde kwam er van steeds meer kanten muziek die steeds harder gezet/gespeeld werd om het volume van de buren maar te overstemmen. Bij veel mannen zag je dat de drank zijn tol eiste en het decorumverlies toesloeg: het leek wel of er een collectieve schaamluisplaag heerste. Dat ze ons daarna vriendschappelijk een hand wilden geven vonden we minder feestelijk. Het was mooi geweest voor vandaag besloten we. Dat ‘bedtijd’ voor velen pas tegen de ochtend aangebroken was begrepen we omdat het muziekgeweld zich dwars door de oordopjes heen vermengde met onze dromen.


Meer foto’s op http://wereldreis2010.phanfare.com

zondag 19 september 2010

Panama: Boquete en omgeving


Het regenseizoen (8 maanden per jaar) is niet de beste tijd om Panama te bezoeken. De stortbuien zijn zo hevig en langdurig dat het tussendoor niet de kans krijgt om echt droog te worden. De lucht blijft zwaar van het vocht. De inhoud van onze reistassen ruikt onderhand naar een vergeten wasmand.
Voor de natuur is al die regen geweldig. Dit is zo’n land waar als je een zaadje op de grond laat vallen, er in een ommezien een alles overwoekerende jungle uit ontstaat. Het is ook de enige plaats waar de Pan-American highway die van Alaska naar Chili loopt onderbroken is vanwege ondoordringbaar oerwoud in de Darién provincie. Nu grenst die provincie aan Colombia dus hebben de Panamezen ook andere redenen om de weg niet helemaal door te trekken. Het zou een te makkelijke toegang bieden voor Colombiaanse guerilla strijders en drugskoeriers naar het relatief veilige Panama.

Wij woonden deze week in een bungalowtje in het bergdorp Boquete waar we Spaanse les volgden. Omdat ik al een beetje Spaans kon brabbelen concentreerde mijn lerares zich vooral op het verbeteren van de grammatica; Dios mio, no es muy facil. Ad had leukere lessen: hij mocht mensen interviewen om ze te vragen waar ze vandaan komen, hoe ze heten en wat ze zoal doen in het dagelijks leven.
Na afloop trakteerden we onszelf op salsa lessen. Die vonden plaats in een muziektent op een pleintje in het dorp. Alle voorbijgangers waren zo in de gelegenheid onze vorderingen te bewonderen….De muziektent is normaal gesproken de hangplek voor de jeugd en terwijl ze tegen de muur leunend wachtten totdat we klaar waren keken ze ons met zo’n typische veveelde, minachtende tiener blik aan. Kortom zo’n echte zwoele, romantische dansvloer die je je voorstelt bij salsa dansen.

Toeristen komen naar Panama vanwege de prachtige natuur. De verscheidenheid aan planten en dieren (alleen al 940 soorten vogels) is zo rijk omdat het land een brug vormt tussen Midden- en Zuid Amerika. Cultureel valt er minder te beleven. De Guaymí indianen leven ook nu nog wel volgens hun nomadische tradities maar juist daardoor waren ze nooit ergens lang genoeg om serieuze gebouwen neer te zetten.

Pensionado’s uit vooral Canada en de VS komen naar Panama vanwege de zeer aanlokkelijke financiële condities die de overheid geschapen heeft om deze bron van inkomsten aan te boren. Bij Boquete heb je ook een aantal van die compounds met prachtige villa’s rondom een golfbaan. Deze ontwikkeling levert de nodige werkgelegenheid op maar maakt ook duidelijk hoe groot het verschil is met de bijna 40% van de bevolking die onder de armoedegrens leeft.


Meer foto’s op http://wereldreis2010.phanfare.com

zondag 12 september 2010

Costa Rica


Costa Rica prijkt al jaren in/aan de top van de ‘happy planet index’. Die geeft een combinatie aan van hoe gelukkig de inwoners zijn en hoe weinig ze de aarde belasten. Sinds het eerste bezoek jaren geleden vonden we het al meteen het land met de meest spectaculaire flora die we ooit hadden gezien (totdat we in Madagascar kwamen; nu delen ze de eerste plaats).
Deze keer waren we hier vooral om Daniela (zus van Ad) te ontmoeten. Zij studeert hier aan de INCAE business school. Zó leuk om al die studenten te horen klagen over hoe vreselijk hard ze moeten werken als je zelf net op je gemak hebt gezwommen om daarna op een terras te lunchen. Maar terwijl we ’s avonds aan het diner de cases bespraken waar ze aan werkten ‘kriebelde’ het toch ook wel weer: interessante materie! Costa Rica heeft een stabiel politiek klimaat en geen leger. De overheid besteedt het geld liever aan onderwijs en gezondheidszorg. Dat heeft onder andere gezorgd voor een aantal kwalitatief hoogstaande opleidingen waar studenten uit de hele wereld op af komen.

Al snel nadat we in dit weelderig groene land aan kwamen zakte de verontwaardiging waarmee we uit de VS vertrokken gelukkig flink. Bij het inleveren van de camper in Seattle bleef het bedrijf hun claim over extra kosten namelijk volhouden. We hebben zelfs de politie erbij gehaald en medewerkers gevraagd de destijds gemaakte afspraken aan de politie te vertellen. Zij gaven ons allemaal gelijk maar de eigenaar gaf geen krimp. De politie kon helaas weinig doen omdat het een zakelijk geschil betrof en ze raadden ons aan ermee naar de rechter te gaan. Maar ja dat kost nog meer negatieve energie en geld en daar hebben we niet zoveel trek in. Wat ons het meeste dwars zit is dat zo’n niet correcte zakenman er dan wel gewoon mee weg komt. We broeden nog op mogelijkheden om in ieder geval potentiële klanten via internet te laten weten dat ze hun heil (en camper) beter elders kunnen zoeken. Dat geeft dan toch nog een beetje het gevoel van gerechtigheid.


Het is hier ook veel te mooi om lang boos te blijven. Tussen al die reuzenformaat kamerplanten vliegen kleurrijke vogels, kruipen leguanen, hangen luiaards te dromen en spelen apen hoog in de bomen. Het kan zo dienen als voorbeeld voor een schilderij van het paradijs. “Awe inspiring” zouden de Amerikanen zeggen. Wat de Costa Ricanen zeggen weten we nog niet want onze Spaanse les begint pas volgende week.
's Nachts zijn we iets minder blij met de dieren. Sommige vogels lijken een wedstrijdje te houden 'wie er het hardst kan zingen' en sommige krekels maken het geluid van een wekker waardoor je meteen weer rechtop in je bed zit als je per ongeluk toch even was weggedommeld. Gekko's laten met een hard klikkend geluid weten dat dit hun territorium is en een hele families eekhoorns gebruiken ons dak als renbaan.

Toch staan we vroeg op want tijdens het regenseizoen is tot een uur of één mooi helder weer. Daarna vallen er af en toe een paar fikse buien. Maar die beletten ons nauwelijks om erop uit te gaan om bijvoorbeeld de aktieve Poás vulkaan te bezoeken. Dat ging nog bijna mis want toen we op de afgesproken meeting point kwamen werden we daar keurig opgewacht door een meneer in een uniform die kordaat op zijn lijst aanstreepte dat de twee bezoekers gearriveerd waren. Hij belde om verder vervoer te regelen en dirigeerde ons vervolgens naar het busje dat voorreed. Gelukkig hadden we snel door dat dit allemaal weliswaar heel gesmeerd ging maar dat er toch iets niet leek te kloppen. Daar bleken we gelijk in te hebben toen de chauffeur bevestigde dat hij opdracht had gekregen om ons af te zetten op het vliegveld.
Oh ja, dat is immers ook zo: beter om toch altijd alles vooraf te checken.

Na dit misverstand kwam het allemaal nog goed en reden we langs vele bossen en koffieplantages naar Poás. Ze verbouwen hier alleen Arrabica en ook alleen maar van de allerbeste kwaliteit en bovendien zijn de plantages voor 80% eigendom van ‘kleine boeren’ zo werd ons verzekerd. De bonen worden meest handmatig geplukt omdat het sorteren aankomt op de juiste kleur en vorm. Machines hebben daar moeite mee. Het is hard werken en wordt voornamelijk gedaan door Nicaraguanen. Of zij blij zijn dat ze werk hebben kunnen vinden in het ‘gelukkigste’ land ter wereld weten we niet maar als ze net als wij hun dag mogen beginnen met een kopje lokale koffie dan proeven ze in ieder geval resultaat van hun werk.
Héérlijk.

meer foto's op http://wereldreis2010.phanfare.com

woensdag 1 september 2010

Los Angeles part two


Het was een rare week. Het plan om de hele westkust van noord naar zuid te rijden was voltooid maar toen hadden we nog anderhalve week over. Hoe kun je nu ‘anderhalve week over hebben’ als je een jaar op reis bent zul je zeggen? Als ik het uitleg is het heel logisch maar dat voert nu te ver.
Omdat er in LA nog zoveel te doen was en we daar een fijn ‘dorps’ trailer park midden in de stad kenden, besloten we daar een poos te blijven. Bovendien hadden we nog het plan om in een film of TV serie mee te spelen en waar kun je dat beter doen dan in LA?
En toen begon het gedoe. Niks ernstigs maar allemaal tijdrovend genoeg om ons op een onaangename manier bezig te houden. Tegen de afspraken in moeten we de camper opeens toch zelf terug rijden naar Seattle (vergelijkbaar met de afstand Amsterdam – Madrid) .
Vluchtschema’s moesten dus ook weer worden aangepast. Het camperbedrijf schermt ook nog eens met extra kosten die niet zijn afgesproken dus moesten we ons bezig houden met het lezen van contracten en afhandelen van nare mailtjes. We zijn er nog steeds niet uit en het rare is dat de creditcard maatschappij gewoon toestaat dat een bedrijf waarmee je een kontrakt hebt je rekening plundert. Je hoeft kennelijk niet iedere transactie goed te keuren. Geen prettig idee.

Met het regelen van de vluchten kwamen we ook al van die onbegrijpelijke dingen tegen. Dat een retourvlucht in z’n geheel soms goedkoper kan zijn dan een enkeltje wisten we al. Maar in dit geval was een vlucht met Continental airlines van Seattle naar Costa Rica duurder dan diezelfde reis plus een enkeltje Panama – New York erbij. Dus die tweede vlucht krijg je niet alleen gratis: je krijgt geld toe. Er zal misschien een logica zitten in dit soort staaltjes hogere wiskunde maar ik zou graag eens uitleg krijgen van een 'flight pricing manager'.

Voor uitleg over ‘hogere wetenschap’ kun je in LA heel goed terecht. Het Science Center voert je op een boeiende manier mee in allerlei wetenschappelijke vraagstukken. Het Observatory richt zich vooral op de sterren en planeten maar heeft bijvoorbeeld ook een opstelling van Nikola Tesla staan wiens droom het was om electriciteit voor iedereen beschikbaar te maken door het goedkoop, draadloos te verspreiden.
Om de zinnen nog wat verder te verzetten hadden we kaartjes gekocht voor een mooie 3-D film over de bouw van piramides. Toen het verhaal over de ‘Hubble ruimte telescoop’, waarvan wij dachten dat het een voorfilm was, ruim een half uur aan de gang was, begrepen we dat we bij de verkeerde voorstelling zaten met echt een héél ander onderwerp. Hoewel; er zijn mensen die beweren dat ruimtewezens geholpen hebben met de bouw van de piramides.

De LA police department houdt niet van geparkeerde campers en laat dat weten door boetes achter de ruitenwisser te steken. Toen we dachten slim te zijn door ze dan persoonlijk vóóraf te vragen waar we wel legaal mochten staan kregen we alleen een lange opsomming te horen van wat allemaal niét mocht. Ja, dat hadden ze ons al eens en te meer duidelijk gemaakt helaas.

Dat we in het Griffith park gratis mochten staan had dan weer een meevaller kunnen zijn ware het niet dat we daar met de bovenkant langs een boomtak schuurden hetgeen de camper beschadigde. Tja en als je dan klaar bent met foeteren en stampvoeten zit er weinig anders op dan op zoek te gaan naar een geschikte camper garage.
In datzelfde park hebben we overigens wel erg genoten van een mooie Shakespeare voorstelling en een bovenverwachting goed concert van Cindy Lauper. “Girls just wanna have fun’ zong ze ook nog. Daar kon ik het van harte mee eens zijn.

Ons filmdebuut laat nog even op zich wachten. In een TV show meedoen is hier een fluitje van een cent. Ze zijn dagelijks op zoek naar deelnemers voor game- en talkshows maar dat vonden we te makkelijk. Meedoen als figurant in een film vergt wat meer investering maar daarvoor komen we nu tijd tekort. Ach en zo heeft iedere serveerster en schoonmaker hier zijn eigen reden waarom ze nog niet doorgebroken zijn…


(nog een paar foto’s op) http://wereldreis2010.phanfare.com

dinsdag 24 augustus 2010

USA: San Diego en omgeving


Er schijnt een regel te zijn die zegt dat je nooit terug moet gaan naar een plaats waar je mooie herinneringen aan hebt. Koester de herinnering maar laat de plaats zelf verder met rust om teleurstelling te vermijden. Ad weet nu waarom.
Toen hij in ’97 in hotel Coronado in San Diego was ademde dat nog de grandeur van weleer uit. Gebouwd in 1888 en sindsdien een geliefde vakantiebestemming van Amerikaanse presidenten, filmsterren en Europese vorsten. Nadat de film ‘some like it hot’ met Marilyn Monroe er was opgenomen, stroomde het publiek toe en vandaag de dag is dat nog steeds zo.
Alleen is het hotel nu omringd door appartementsgebouwen en wat er nog over was van de grasvelden die in ’97 tot aan de stranden reikten, is inmiddels geasfalteerd. Je moet er tenslotte als Amerikaan niet aan denken dat je niet met de auto voor de deur van wat dan ook kunt parkeren.
Op campings zie je sommige mensen zelfs met hun auto naar het toiletgebouw gaan. Je kunt ook met je auto door vrijwel alle parken rijden. Veel fast-food restaurants, banken en apotheken hebben een drive-thru optie (wel geinig om je taco’s per fiets af te halen in de drive-thru laan van ‘Del Taco’). We zagen zelfs een drive-thru kerkhof waar alle graven per auto bereikbaar waren.
Wij vonden San Diego juist erg geschikt om te fietsen en hebben dat dan ook volop gedaan. En zagen we het even niet meer zitten dan zetten we gewoon de fiets voor op de bus.

Verder is San Diego een heel leefbare stad en heeft het veel te bieden. De Spaans koloniale gebouwen in het Balboa park huisvesten prachtige musea en theaters. Er is altijd wel ergens feest op een van de vele stranden en de meest uiteenlopende soorten watersporten worden bedreven in vooral Mission Bay.
Bij de krijtrots kust van La Jolla kun je mooi snorkelen en zwemmen met zeehonden, pelikanen en (ongevaarlijke) luipaardhaaien. Je moet alleen niet bang zijn voor koud water…Bovendien moet je een hoop geld meebrengen want de prijzen op de camping variëren van 70$ tot 209$ per nacht.

Afgezien van alle mooie dingen die we zien en meemaken is het ook fijn aan zo’n sabbatical dat je de tijd hebt om al dat soort aktiviteiten uit te proberen.
Maar ook klusjes die je thuis het liefst zo efficiënt mogelijk afwerkt kun je nu eens wat creatiever aanpakken. Zo wordt boodschappen doen opeens leuk als je het doet op de ‘farmersmarket’ of in één van die waanzinnig grote supermarkten. Voor het koken zelf heb je ook veel meer inspiratie. Ad noemde me zelfs al ‘de vrouwelijke Jamie Oliver’ (of zou die uitspraak alleen bedoeld zijn om me aan te moedigen?). Wat dan thuis wel weer héél fijn is dat er een afwasmachine staat; een boeiende manier om de afwas met de hand te doen hebben we nog niet ontdekt helaas.

http://wereldreis2010.phanfare.com

woensdag 18 augustus 2010

USA: Santa Barbara en Los Angeles


We wisten natuurlijk wel dat TV en film niet echt zijn maar als je door de studio’s in Hollywood loopt zie je pas goed hoe je als kijker gefopt wordt. Echt alles is van bordkarton en piepschuim. Heel ‘Jurassic parc’ is bijvoorbeeld opgenomen in een (hoge Warner Bros) studio en een ‘jungle’ van het formaat flinke achtertuin. Ze hadden er voor het effect nog wat bamboe in geplant. Dankzij slim camerawerk, computertechnologie en de neiging van onze eigen hersenen om alles kloppend te maken, ziet het resultaat er zo spectulair echt uit.
Zelfs als het decor gewoon echt bestaat zoals de wijk ‘Notting Hill’ in Londen voor de gelijknamige film, wordt het gewoon nagebouwd in Universal Studio’s. Praktischer en goedkoper schijnt.
Zo zagen we als fans van CSI dat de episodes die zich afspelen in NY, Miami en Las Vegas allemaal in dezelfde studio en ‘set’ worden opgenomen. De NYPD stickers op de politie auto’s worden er voorzichtig afgetrokken en vervangen door LVPD en hup, het juiste stel acteurs kan uit de trailers tevoorschijn komen om te beginnen met filmen. Misschien worden zelfs dezelfde lijken in dezelfde donkere steegjes gerecycled?
Shows die ‘in-set’ spelen lijken tijdens de opnames het meest op wat je op TV ziet. De cameraman komt dan niet de locatie op maar filmt het gebeuren vanaf een positie waar ook het publiek zit. De serie ‘Friends’ bijvoorbeeld is bijna een soort toneelstuk.

Geen wonder dat de filmsterren daar allemaal in de buurt wonen; ze hebben net als iedereen een vaste werkplek op het hoofdkantoor met af en toe een dienstreis als het echt niet anders kan. Enkele ‘rich and famous’ hebben zich wat verder weg gevestigd zoals in Malibu en Palm Springs maar daar zagen we de lol niet van in. Beide plaatsen kwamen op ons nogal saai en sfeerloos over.
De wilde achtervolgings scenes die je wel eens ziet kunnen ook niet echt zijn. LA wordt misschien wel door meer snelwegen doorkruist dan welke stad ook dus aan de hoeveelheid asfalt ligt het niet. Maar al zijn er 7 rijstroken heen en 7 rijstroken terug en 5 viaducten boven elkaar; het verkeer staat er bijna altijd vast. Onze TomTom kwam er helemaal niet meer uit met al die drie-dimensionale mogelijkheden. Uiteraard speelde zich in onze camper toen de klassieke scene af van ‘man rijdt en vrouw leest kaart en er onstaat verschil van inzicht over wie schuldig is aan het nemen van de verkeerde afslag’.

Het is nu natuurlijk volop vakantie periode dus de beroemde stranden van LA worden meer bevolkt door toeristen dan door locals maar niettemin is de sfeer er onmiskenbaar. Toch is er ook veel veranderd. De vorige keren dat we hier waren leek het een mooie-mensen-competitie. Op ‘muscle beach’ lieten body builders hun kunsten zien en er werd veel gesport. Nu lijkt het meer op wie-heeft-de-meeste-tattoos-en-piercings competitie. Een vrouw had zelfs corset-oogjes in haar rug laten piercen en daar een veter doorheen geregen. En de rollerskates zijn vervangen door skateboards (‘tja, we worden oud’ zoals André ons schreef).

Na deze overvloed aan straatcultuur hadden we wel even behoefte aan tegenwicht dus gingen we naar het Getty center. De miljardair Getty heeft zijn nalatenschap besteed aan de bouw en inrichting van een museum dat gratis voor het publiek toegankelijk is. Zijn bedoeling was ‘to delight and educate’ de bezoekers. Ons heeft hij zeker weten te raken. Wel waren we nogal verbaasd over de hoeveelheid Nederlandse kunst die er hangt totdat de curator vertelde dat hij een flink deel van de collectie van het Rijksmuseum had mogen lenen tijdens de verbouwing. ‘Het zou aanvankelijk voor 2 jaar zijn maar het duurt al veel langer’ zei hij…..Ja, daar weten wij alles van…

Om onze LA ervaring compleet te maken gingen we naar een big band concert met het LA philharmonic orkest en de zanger Harry Connick die optraden in de Hollywood Bowl: een enorm groot openlucht theater.
Een sportwedstrijd mocht ook niet ontbreken en omdat het nu honkbalseizoen is gingen we naar de Dodgers tegen de Colorado Rockies. Het werd een ‘walk over’ voor de Dodgers zoals Marcel al had voorspeld.

Voor meer foto’s zie: http://wereldreis2010.phanfare.com

maandag 9 augustus 2010

USA: San Francisco via Highway 1 naar Morro Bay


Sommige universiteiten hebben het; zo’n atmosfeer waaraan je meteen voelt dat het er bruist van de intellectuele creativiteit. Stanford heeft het zeker en Berkeley in een iets mindere mate ook. Klassiek Spaanse gebouwen vormen het hart van Stanford en er staan veel beelden van Rodin. Wij vonden het daar mooier en mogelijk heeft dat ons oordeel beïnvloed. Beide universiteiten hebben in ieder geval meer dan hun bijdrage geleverd aan de hoeveelheid Nobel prijs winnaars.
De ambitie om een Nobel prijs te winnen hadden we niet direct toen we op onderzoek uitgingen naar het studieprogramma, maar een interessante cursus volgen op één van beide universiteiten leek ons toch wel haalbaar. Op Stanford hadden we bij de faculteit politicologie de module ‘international relations’ uitgezocht maar dan hadden we meteen voor het hele jaar inschrijfgeld moeten betalen ($$$). Berkeley bood een toegankelijker zomerprogramma maar in de week dat wij er waren variëerde het aanbod van schilderen, tot gedichten schrijven tot pottenbakken. Tja, je gaat natuurlijk niet een cursus doen op één van de meest prestigieuze universiteiten die je thuis ook bij een willekeurig buurtcentrum kunt volgen. We gingen voor de zekerheid toch maar even binnen kijken. Het pottenbakken was net begonnen. Zo’n 20 vrouwen, allen met oversized geblokte overhemden en een staart laag op de rug bijelkaar gebonden keken blij naar de homp grijze klei voor hen. Als je meedoet is het vast leuk maar het was niet waarvoor we gekomen waren.

Als we twee weken eerder waren geweest hadden we colleges kunnen volgen over ‘semantic technology solutions’. Dat hadden we nog wel willen doen al was het alleen maar om te genieten van het enthousiasme van de docent: Jans Aasman, een teamgenoot uit de tijd van KPN. Hij is doorgegaan op het spoor van kunstmatige intelligentie en spraaktechnologie en is nu CEO van Franz Inc en vertelde dat hij het reuze naar zijn zin had in zijn woon- en werkplaats Oakland.

Oakland was voor ons ook de uitvalsbasis om de San Francisco bay area te verkennen. We stonden er op een ‘trailer park’ waar je er veel van ziet in Amerika. Mensen die geen huis kunnen betalen of tijdelijk op een bepaalde plek moeten zijn vanwege hun werk, wonen (semi) permanent op zo’n park. Het zorgt voor een bonte verzameling aan bewoners. Amerikanen maken doorgaans nogal makkelijk een praatje en als je er een paar dagen tussen staat is het bijna alsof je een mede-kampbewoner bent. Ik vind het geen probleem om langs de kant van de weg te overnachten met de camper maar toen Jans vertelde dat in het ogenschijnlijk brave Oakland vorig jaar meer dan 100 moorden zijn gepleegd, was ik blij dat we op ‘ons’ kamp stonden.

Uiteraard was ook in San Francisco de fiets ons vervoermiddel: de Golden Gate bridge op, de steile straten af (opletten voor de tramrails net als thuis), zigzaggend langs de toeristen op de Fisherman’s wharf, windowshoppend door het centrum, bloemperken ontwijkend in het golden gate park en vastgemaakt aan een hek voor het Giants stadion omdat ze daar niet mee naar binnen mochten. Daarna gingen we op zoek naar de wijken die maken dat San Francisco genoemd wordt als de stad met een ‘exceptionally high freak factor’. Er zijn kleurrijke muurschilderingen en duistere winkeltjes in bijvoorbeeld Haight street die bevolkt wordt door maf uitgedoste figuren (aangevuld door een deel van de ‘alternatieve’ jongeren die na de boel in Toronto vernield te hebben lagen te wachten op de volgende mogelijkheid om zich te manifesteren).

Iedereen die beweert dat de rit langs de kust ten zuiden van San Francisco onvoorstelbaar mooi is zegt geen woord te veel. De ruige natuur is het thuis van interessante flora en fauna (in deze tijd bijvoorbeeld de kolossale elephant seals). Extreem gemanicuurde natuur vind je er op de 8 golfbanen langs de ’17 mile drive’ met Pebble Beach als de meest beroemde (de US open 2010 begint er binnenkort). Amerikanen strooien graag met de term ‘award winning’. Zo zou ‘The Lodge’ (het clubhuis van Pebble Beach) ook ‘awards’ voor hun ‘high class service’ hebben gewonnen. We moesten de staf er een paar keer aan herinneren dat we koffie besteld hadden en toen we daar uiteindelijk 10 dollar voor moesten betalen vroegen wij ons af welke nitwit die ‘awards’ toch toekent?

Stadjes als Monterey en Carmel hebben vele kunstenaars geïnspireerd en niet voor niets. De schrijver Bill Bryson heeft een heel boek gewijd aan de schier vruchteloze zoektocht naar ‘gezellige’ stadjes in Amerika maar Carmel kon de toets bijna doorstaan.

Wat ‘gezelliger’ was dan verwacht was het interieur van Hearst Castle. Als een Amerikaanse miljardair zijn droomkasteel bouwt denk je meteen dat het dan vast heel kitscherig is, maar hij heeft het helemaal ingericht met Europees antiek. Franse stoeltjes uit de Renaissance tijd staan onder Romaanse plafonds uit Spaanse kerken. Nederlandse schilderijen uit de Gouden Eeuw hangen naast barokke muurkandelaars uit Duitsland. Het is er afgeladen met antieke decoraties en meubelstukken maar het is toch een harmonieus geheel geworden. Bij het meer onroerende goed zie je stijlen doorelkaar gefantaseerd zoals Grieks en Romeins bij het zwembad. Gelukkig kunnen wij ons zoiets niet veroorloven zeiden we tegen elkaar: “veel te kitscherig”.

Voor meer foto’s zie: http://wereldreis2010.phanfare.com